... uit Buggenhout


Wie in Vlaanderen kent er niet, of herinnert zich niet de jeugdreeks “Vlaamsche Filmkens”? Wekelijkse boekjes met verhalen voor de jeugd, maar ook gretig door volwassenen gelezen. Zij werden vanaf 1930 uitgegeven door de abdij van Averbode en kenden een enorm succes, samen met “Zonneland” en andere stichtelijke lectuur van de katholieke zuil.

Het kwam me vaag voor dat er onder de auteurs van de vooroorlogse eerste Filmkens ook Buggenhoutenaren waren. Dus ging ik op zoek en ik kwam uit bij meester Edmond Fierlafijn, een onderwijzer in de jongensschool van de Hanenstraat. Misschien zijn er nog meer Buggenhoutse auteurs, onderwijzers of andere schrijfgrage dorpsgenoten bij geweest. Ik ben ze tot nogtoe niet op het spoor gekomen. Enige hulp van Ter-Palenlezers is dus welkom.

Op zoek naar oude “Vlaamsche Filmkens”

Ik vroeg na in Averbode, maar pater Herman Janssens, de huidige archivaris van de abdij, kon in zijn gegevensbank geen Fierlafijn of een Buggenhoutse auteur vinden. Vele auteurs hadden onder een deknaam geschreven en van sommigen kon de identiteit niet meer worden achterhaald. Ook op boekenmarkten, zoals met Pinksteren in Sint-Amands of op de eerste zondag van de maand in het begijnhof van Diest, kon ik onder de te koop aangeboden oude Filmkens geen nader spoor ontdekken.
Ter-Palenmedewerker Antoon Buys, een man met een fantastisch geheugen, vertelde me dat meester Edmond Fierlafijn zijn verhaal onder de deknaam “De Mon” had geschreven. Hij herinnerde zich zelfs nog brokstukken uit de titel van het bedoelde Vlaamsche Filmken.

Nu kon pater Janssens me wel helpen. Of ik maar eens wilde zoeken tussen de 614 vooroorlogse Vlaamsche Filmkens, die per jaargang ingebonden ter beschikking stonden. Lijsten van auteursnamen, of van hun deknamen, waren er evenwel niet bij. In het KADOC, het Katholieke Archief-, Documentatie- en Onderzoekscentrum in Leuven, is men momenteel doende om alles te inventariseren en digitaal op te slaan.

Ik had geluk: al bij exemplaar nr. 24 (jaargang 1931) kwam mijn vrouw uit op een boekje van “De Mon”, dit is EdMONd Fierlafijn. Dankzij pater Herman kon ik het boekje ter plaatse fotokopiëren. Een kopie werd inmiddels in het archief van Ter Palen in het museumkasteel te Opdorp gedeponeerd, ter beschikking van geďnteresseerde leden.

“De wonderhoed van Canutus Popken”

De titel van het boekje dat in april 1931 verscheen, klinkt sprookjesachtig: “De Wonderhoed van Canutus Popken”. Het bevat inderdaad legenden en dorpsverhalen, die zich honderd jaar geleden, zo omstreeks 1830, in onze streek afspelen. Ik citeer de beginparagraaf:

Honderd jaar geleden leefde er in een dorp der Denderstreek een zonderling man. Zijn naam was Canutus Poppe, maar vrienden en kennissen noemden hem kortweg “Popken”.
‘t Is bijna niet te gelooven wat al wondere dingen die vent in zijn leven heeft verricht. Uren in den omtrek weet nu nog jong en oud over zijne zonderlinge daden te vertellen; en, ‘k zei het immers, het is een eeuw geleden.
Veel van zijn tijdgenooten beweerden dan ook dat Popken, zonder den minsten twijfel, met den duivel omging. Maar dat was alvast gelogen, want Popken was bijlange geen slechterik. En toch! Zulke buitengewone aardige toeren kon die man teweegbrengen, dat ze altijd onbegrijpelijk en onverklaarbaar zijn gebleven. Alleen is het later gebleken, dat de hoed van Popken er voor veel tusschen kwam. Hoe? - Mysterie!
Honderd maal heeft mijn vader zaliger mij de geschiedenis van Popken verteld. En of hij het weten kon mijn vader? - Hij zelf was toen in de kinderjaren en daarbij, zijn oom Vinus was de beste vriend en de onafscheidbare kameraad van het wonder ventje.
Op mijne beurt wil ik u de zonderlinge daden van dien zonderlingen man vertellen. Het zij vooraf gezegd: trouw geef ik weer wat ik uit vaders mond heb gehoord.
Wie dan kan uitleggen wat er van waar is, en hoé alles gebeurde, die weet méér dan ik, dat zeg ik.

Van bij de aanhef kan je merken dat Fierlafijn een geboren verteller is, die ook vlot kan schrijven, met de nodige fantasie om kinderen en jeugd te boeien. De verhalen zijn herkenbaar: de circustent op de jaarmarkt te Dendermonde, met uitdagende lutteurs op het podium; herbergen van bij ons, zoals “De Kroon”, “den Biekorf” en andere; de beschrijving van de weg naar Denderbelle; Popkens vriend Vinus, die aan de rand van Buggenhoutbos woont; Wanne, de burgemeestersvrouw, en zo voort...

De spelling is verouderd en ook sommige woorden en zinswendingen. De ene keer heeft De Mon het over een schaper, dan weer over een schaapsherder, over elzenstruiken en een stevige mispelaren stok.

Het verhaal van de wolven in Buggenhoutbos

De frontpagina van Fierlafijns Vlaamsche Filmken nr. 24 staat hierbij afgedrukt. De tekening illustreert het titelverhaal, waarin Popken en zijn vriend Vinus in Buggenhoutbos door een roedel wolven worden aangevallen. Vinus staat te bibberen en beven van angst; maar Popken trekt doodkalm met zijn mispelaren stok, met daarop zijn wonderhoed, een cirkel in de sneeuw. De wolven deinzen verschrikt terug en druipen af, zij durven de cirkel niet overschrijden.

Zo beleven Vinus en Popken een reeks wonderbare avonturen. Je moet ze maar eens nalezen, -- misschien is er nog ergens een Buggenhoutenaar die oude exemplaren van Vlaamsche Filmkens in een lade terugvindt. Antoon Buys (“Twoin Booës”) heeft er alvast enige, en ook Ghislaine Steps; maar niet dat van De Mon.

Veel van de covers van Vlaamsche Filmkens werden getekend door een Averboodse norbertijn, namelijk pater Jozef. Hij signeerde zijn illustraties met “Joz”, ergens verscholen tussen de plooien van het landschap of de boomtakken. Zoek die naam maar eens in de tekening bij Popkens verhaal...

Jos. van Stappen

Meer over Edmond Fierlafijn en de geschiedenis van de "Vlaamse Filmpjes" in
TER PALEN, 29e jaargang nr. 1, maart 2005


Terug naar ARCHIEF: Gepubliceerde artikels