De Zingende turners... en "Sociale Wannes"
Het artikel van Jos van Stappen in ons vorig nummer (Ter Palen jg. 30 nr. 3, september 2006, p. 123-135) over het huldelied van de turners en de mensen daarin vernoemd, maakte blijkbaar nog wel wat herinneringen los.
Dokter Karel Seghers, in zijn jeugd zelf ook een fervent gymnast, kan niet bevestigen dat de turners hun reis naar Antwerpen hebben gekregen, maar herinnert zich wel nog dat zij in één dag een ontspanningsreis naar Folkestone mochten meemaken. Het ging op een drafje met de trein naar Antwerpen, met de boot naar Folkestone en terug. En zeeziek dat ze waren...!
Ook had de turnkring een nauw contact met de gouw Klein-Brabant en vooral met de zustervereniging uit Niel.
Maar het waren niet alleen de mannen die de galafeesten opluisterden, ook de meisjes-turnsters traden toen op en de gymnastieke kwaliteiten van Lisa Van Belle (de latere echtgenote Felix Van Praet - Bosstraat/Maalderijstraat) en Maria Van Ingelgem uit de Kerkstraat (bekend als vroedvrouw, echtgenote van Albert Bosteels) zijn hem bijgebleven.
Jos van Stappen liet het woord aan anderen om de historiek van de turnvereniging op te tekenen. De secretaris van de turnkring, Luc Van Driessche, liet zich niet onbetuigd en bezorgde ons een ruim overzicht van meer dan tachtig jaar. De oorsprong ligt immers in 1922 toen enkele werkers van het eerste uur het startsein gaven in café De IJzer (nu het Chinese restaurant aan het station). In de toekomst komen we daar nog graag op terug, met de instemming van de turnvereniging.
Marie-Louise Buyens kan zo voor de vuist weg uit het hoofd nog het hele huldelied van de turners zingen. Eigenlijk is dat niet verwonderlijk. Ze is immers de dochter van “Sociale Wannes”, Joannes Buyens, die van bij het begin mee aan de wieg van de turnvereniging stond en die hen gastvrij onderdak bood in het “huis van de Parochiale Werken”.
Maar hoe is Wannes daar in het “Parochiehuis” terechtgekomen? Dat verhaal begon met zijn huwelijk. Jan Frans Buyens, zoals hij officieel heette, vonden we terug in de Bovendonkstraat als zoon van Maria Theresia De Boeck en Frans Buyens, ooit nog onze “suisse” in de kerk.
Nu was Wannes bevriend geraakt met Rosalie Segers (Roseke van Gieërekes) en van ‘t een kwam ‘t ander, zodat er in 1919 sprake was van trouwen. De toenmalige pastoor De Jonge informeerde bij de trouwlustigen of zij al aan een woonst hadden gedacht. Nee, dat hadden ze nog niet gedaan, ja misschien intrekken bij de ouders op de boerderij... “En hebben jullie geen zin om cafébaas te worden en het verenigingslokaal van de parochie open te houden in de Kerkstraat?” Ze moesten wel zorgen voor vuur en licht, maar de woonst was gratis. Ja, daar hadden Wannes en Rose wel oren naar en zo vinden we vanaf de jaren twintig ons jong koppel terug in het “Parochiehuis”.
Bij hun huwelijk kreeg het jonge paar van de ouders Gieërekens een boom cadeau. Die werd vakkundig behandeld en in planken gezaagd bij de zagerij Aelbrecht in de buurt van Baasrode-station. Daarvan werden slaapkamermeubels gemaakt met sculpteerwerk. Marie-Louises moeder vertelde dat dit het werk was geweest van Frans Cosijns, toevallig wel de vader van ondergetekende.
Stel u het parochiehuis van toen niet voor als de latere “Rerum Novarum”, nu ook al verdwenen uit het straatbeeld van de Kerkstraat en vervangen door het moderne BAC-complex. Nee, we vonden er een laag eenvoudig huis, eerder primitief met een grotere zaalruimte als annex. Tussen huis en zaal had je een kleiner vertrek.
Via een paar trappen kon je daar terecht in de parochiale bibliotheek, één van de instellingen die bij Wannes onderdak kregen. Klanten kwamen er niet alleen om leesvoer, ze zakten ook wel eens af in de gelagkamer om naar Wannes’ filosofieën en vertelselkes te luisteren. Zo beloofde hij op een keer dat er voor de bibliotheek “ne specialen boek” op komst was, maar “ge moe nog wa posjiense emmen”. Wekenlang hield Wannes zijn klanten aan het lijntje. Neen, “den boek” was nog niet gearriveerd. De week daarna wist hij erbij te vertellen dat hij wel zo hoog als de tafel zou zijn... Maar nee, er was nog geen nieuws. Eindelijk, na ettelijke weken en evenveel pinten van de vele nieuwsgierigen was er goed nieuws te melden. “Den boek” was gearriveerd. Wannes zou er straks mee te voorschijn komen. Nog even liet hij de klanten sudderen en daar kwam hij vanuit de achterkamer aanzetten met aan een lang zeel een authentieke Buggenhoutse... bok. Hij had niet gelogen, want “oep sèm Biggenaats” is een bok ook “nen boek”.
Met de jaren werd de situatie in het dorp moeilijker. Het huis was eigenlijk te klein voor het uitgebreide gezin met vier kinderen. Het gebouw werd bouwvalliger en op een keer zakte één van de jongens met bed en al door de gammele vloer. Ondertussen had Roseke al wat spaarcentjes vergaard en geplaatst bij “den Boerenbond”. Ze was een vooruitziende vrouw. Toen de eerste moeilijkheden begonnen, was ze er als de kippen bij om aan Jean Van Neste de terugbetaling te vragen en na wat tegengepruttel ook te bekomen, vooraleer de spaarkas in de dertiger jaren failliet ging.
Zo kreeg ze de gelegenheid bij de verkoop van bospercelen uit het bezit van hertog de Lévis-Mirepoix een uitgestrekt perceel te verwerven tussen de Henneput en Peizegem. Maar de zaak ging niet door na hevig protest van Wannes, die het niet zag zitten om zich krom te werken aan het rooien van bomen. Toen...Ludo Cosijns
Lees het vervolg in Ter Palen, 30e jaargang nr. 4, december 2006
Terug naar ARCHIEF: Gepubliceerde artikels