Manske, honderdmaal proficiat!

Clemence De Bondt, 1904 - 2004...


Rob Vanoudenhove heeft met zijn fratsen Buggenhout op de kaart gezet, vooral dan als de meest gemiddelde gemeente. Maar Buggenhoutenaren weten beter. Zij kennen hier de enige echte Boskapel, nu zelfs op postzegel, het Middelpunt van Vlaanderen, de internationaal bekende eikenbomen uit ons bos en de Henneput. Ze leven mee met Opstal carnaval en met de kerstmarkt of de lente op den Dries. Geen dorp heeft zoveel lekker bier, de beste ham, de fijnste citroenjenever en een uitgelezen bosschijntje. En dan spreken we nog niet eens over de mensen. Van ministers tot volksvertegenwoordigers, van taalgeleerden tot kunstenaars. 
Maar ook de gewone mens mag gerust in het zonnetje. Vorig jaar nog vierde Opstal honderd jaar voor Julia De Donder, ditmaal is het centrum aan de beurt. Want onlangs prijkte “Mans van Collebaus” als betovergrootmoeder van een heus vijfgeslacht, en nu is het haar beurt om honderd stevige kaarsen uit te blazen.

In het geboorteregister van de burgerlijke stand van de toen nog zelfstandige gemeente Malderen staat ze ingeschreven als "Clemencia De Bondt, geboren op 5 juni 1904". Als kind al kon ze haar mannetje staan. Ze sprong in de bres voor haar broer als die op school geslagen werd. Meer dan eens moest ze tijdens de Eerste Wereldoorlog in een huis bij het Piepenhol vluchten voor de Duitse schildwachten bij een smokkeltocht van het Buggenhoutse Etappengebied naar Malderen in het Gouvernementsgebied. En als ze met de buurtkinderen in het bos eikels waren gaan verzamelen, slaagde ze er wel in haar zware zak door de jongens naar huis te laten dragen.

Bij een tante in Opdorp ging ze als jong meisje helpen op de boerderij. Als de koeien moesten worden gemolken, waren heel wat jonge kerels graag bereid om een handje toe te steken en één van hen, Jef Caluwaerts, moet haar toch speciaal zijn opgevallen. Met hem vormde ze vanaf 1930 een nieuw gezin en Jef zette de kolenhandel voort in de ouderlijke woning, vooraan in de Vitsstraat. Jaar na jaar groeide de familie tot een gezin met acht kinderen en Manse was maar al te blij toen ze haar eerste wasmachine kon kopen. Want toen moest alles nog afgekookt worden op de “stoof” in een “bassin”, met de hand gewassen, gespoeld en buiten gehangen. En ook de zorgen bleven haar niet gespaard. Eerst was er de Tweede Wereldoorlog met alle schaarste en moeite om zoveel monden te vullen. De kilometers zijn niet te tellen die ze te voet en met de fiets heeft afgelegd, tot in Brussel toe. En Manse wilde vooruit. Ze zag dat de tijden veranderden en ook al was Jef daar niet zo voor te vinden, zij startte ook met de distributie van gasflessen. Bij een tragisch ongeval in 1954 verloor ze veel te vroeg haar Jef, maar ze was er de vrouw niet naar om bij de pakken te blijven zitten.

Het ouderlijk huis Caluwaerts in de jaren 1970, nu een kale plek vooraan in de Vitsstraat.

In Buggenhout-centrum stonden de gebouwen van de oude brouwerij Van Damme leeg. Daarheen verhuisde de gasflessenhandel en tegelijk startte er een zaak in mazoutkachels. Zoon Miel begon met een procédé waarbij vanuit zo’n kachel ook radiatoren konden worden verwarmd en dat groeide uit tot de installatie van centrale verwarming. Ook de winkel in de Kerkstraat groeide, nieuwe panden kwamen erbij, en je kon er ook terecht voor keukengerei, elektro en woningdecoratie. Nog altijd woont Manse nu waar ze zoveel jaren in het dorp voor haar klanten zorgde. 
Nog altijd kijkt ze energiek en vol levenslust. “Ze zullen me niet in de doeken doen”, lacht ze. 

We wensen haar van harte nog vele gelukkige en gezonde jaren!

L. Cosijns

 


Terug naar ARCHIEF: Gepubliceerde artikels