| Dat
het speurwerk in eerste instantie betrekking had op Joos de Rijcke en in mindere mate op
zijn vader (eveneens) Joos en grootvader Jan stoort ons in Buggenhout allerminst. Het
beeld van de familie de Rijcke - hoe onvolledig ook - dat het speurwerk opleverde, vinden
wij waardevol en welgekomen, al is het maar om een legende van een flink stuk fantasie te
ontdoen. Wij
Buggenhoutenaren stellen ons Jan de Rijcke voor als een ridder, een edelman, een ervaren
jager, een rijk man, een drossaard, een landvoogd, een man met aanzien in zijn tijd...
Fout, zo blijkt uit het opzoekingswerk in Mechelen.
- Jan de Rijcke woont einde
vijftiende eeuw in Mechelen, in de Milsenstraat, waar hij eigenaar is van een woning. Wie
veronderstelt dat hij op het kasteel te Buggenhout woonde: jammer, maar fout!
- Jan de Rijcke wordt in documenten
uit 1494 en 1498 leenman van de heer van Grimbergen genoemd. Vermits ook Buggenhout (voor
het grootste deel) toebehoorde aan de heer van Grimbergen, kunnen we een eerste band met
Buggenhout vinden.
- Jan de Rijcke is actief in de
textielindustrie in Mechelen. Wie van adel is en rijk geboren, hoeft dergelijke activiteit
niet te ontplooien. Dus niet zo rijk als we wel dachten! Lid zijn zijn van 't
Wollewerk biedt de kans gezworene of deken te
worden. Joos, zoon van onze Jan, wordt inderdaad gezworene. Weer een trapje hoger op de
maatschappelijke ladder dus...
- Jan de Rijcke heeft ambitie om
die ladder nog verder te beklimmen. Rijk trouwen is één mogelijkheid, rijkdom verwerven
door bv. in de nijverheid wat bij te verdienen een andere. De familie Van Heffene is in
Mechelen een familie met aanzien. Trouwen met de dochter Jacoba (of Jacquemijne) - haar
vader was ooit schepen van de stad Mechelen - helpt Jan opnieuw een stapje hoger op de
ladder. Daardoor verwerft hij eigendommen o.a. in Boortmeerbeek.
- Koken kost geld en... ook nu nog
is er vaak een tekort aan geld. Eigendommen verkopen brengt geld in het laatje.
Herhaaldelijk verkoopt de familie de Rijcke; zelden koopt ze. In de overgrote meerderheid
van de gevallen waar de familie de Rijcke opduikt, gaat het om akten van verkoop of
hypothekeren van onroerende goederen. Joos (zoon van Jan) ziet men zijn hele leven steeds
verkopen, nooit kopen!
- Jan de Rijcke is een tijdlang
onderhoofdman van de Sint-Sebastiaansgilde. Dergelijke functie wijst op enig aanzien, maar
de échte patriciërs van de stad Mechelen behoren veeleer tot de Oude of de Jonge
Voetbooggilde.
- Hoe hoog geraakte de familie de
Rijcke op de bewuste ladder, waarover hierboven sprake? Alvast niet hoog genoeg om
functies met hoog aanzien te verwerven. De sociale status van de familie was niet
aanzienlijk genoeg om ooit opperjachtmeester of drossaard te worden. Jan de Rijcke
drossaard? Nergens een aanwijzing om dat te bevestigen...
Wat blijft er over? Een
ambitieuze man die probeert via handel en nijverheid en via gepaste huwelijken carrière
te maken en hoger in aanzien te komen. Een man die misschien ooit werd uitgenodigd om in
Buggenhout op jacht te gaan, maar er geen bevoegdheid had als drossaard en zeker niet als
(opper)jachtmeester. Dat hij in december 1504 (toevallig?) in ons bos om het leven kwam,
blijft eveneens mogelijk... tot het tegendeel wordt bewezen. Begraven in ons bos?
Onmogelijk! Een bos is nu eenmaal geen kerkhof. Trouwens, Jan de Rijcke - zo blijkt
eveneens uit wat in Mechelen werd opgezocht - ligt begraven in de kerk van
Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle, naast Wouter Boets (Boote? +1444) en Alyt van Eyndhoudt
(+1458), wellicht de ouders van zijn vrouw Maria Boote (Boets?)
Het zoekwerk naar de echte Jan
de Rijcke is zeker nog niet afgerond. Misschien kunnen we hier enkel nog maar spreken van
een (voorlopig?) topje van de ijsberg.
Guido Van
de Velde |