Wel en wee van twee Hongaarse broers
Naar aanleiding van de “Brievenbus in Ter Palen, 28e jaargang nr. 2, van juni 2004, p. 91, schrijft erelid François Peeters uit Gent ons het volgende:
Ter intentie van geïnteresseerde Jan Muyshondt, zoon van Henri en Celine De Smedt, en dus kleinzoon van Louis De Smedt, onthaalouder van de Hongaarse vluchteling Ernö Körmöczi, ben ik gelukkig te kunnen helpen om nog een klein stukje van de sluier te lichten.
Toevallig (ik noem het ‘Voorzienigheid’) ben ik hier in Gent, op een samenkomst van gepensioneerde C.O.V.-leden van de stad Gent, in gesprek geraakt met de broer van Ernö, Albert Körmöczy. Ik zal nooit de gedaanteverandering vergeten van die man, toen hij hoorde dat ik afkomstig was van Buggenhout: hij straalde en zijn vragen rolden eruit: “En gij kent de Kalkenstraat? En Louis De Smedt? En Opstal? En juffrouw Estelle?...”
Natuurlijk... 15 jaren onderwijs gegeven en juffrouw Langelet opgevolgd bij haar overgang van de jongensschool naar de meisjesschool, enz... enz... kortom, een gesprek met een stroom van emoties van twee levenservaringen, gelijklopend over Buggenhout (Opstal), over Lebbeke naar Gent, weliswaar tegen een totaal verschillende achtergrond!
Hij met die bloedlijn van ellende... ontheemd en dan nog gescheiden van zijn broer. En ik, Opstal-Lebbeke om mijn benoemingen te volgen en over Lochristi tot Gent om de uitzwerming van ons groot gezin bij te houden.
Spijtig genoeg is Albert intussen overleden in januari 2004 en in onze parochiekerk van Gent Sint-Paulus ten grave gedragen. Zijn weduwe heeft ons uit het familiealbum enkele gegevens bezorgd om mij toe te laten een reconstructie samen te stellen over het wel en wee van de twee Hongaarse broers. Ik hoop hiermee u en de heemkring Ter Palen bij het onafgebroken zoekwerk, enigszins van dienst te zijn en groet u vanuit Gent.
De familie Körmöczi - Fehér leefde met drie kinderen in de stad Szeged (toen Hongarije). Het was een groot centrum in het zuidoosten van het land, een internationaal wegenknooppunt, grenzend aan Joegoslavië en Roemenië.
Vader Zoltan was technisch ingenieur en werkleider. Moeder Julianna was onderwijzeres. Samen kregen ze drie kinderen: Albert (°1915), Ernö (°1917) en Olga (°1922).In het maartnummer van Ter Palen (28e jg. nr. 1, p. 11-19) leerden we de omstandigheden kennen waarin de Hongaarse vluchtelingen verzeild geraakten. Vader Zoltan stierf van ontbering en moeder Julianna’s diploma als onderwijzeres werd niet meer erkend en een job als hoteldirectrice werd later haar redding. Als alleenstaande moeder met drie kinderen en zonder werk was de situatie toch uitzichtloos.
Het moet voor haar zowel een vreselijke pijn als een opluchting zijn geweest dat tenminste al de twee zonen Albert en Ernö in België bij pleegouders terechtkonden. De bijgaande foto is gemaakt bij het afscheid.
En zo kwam Ernö (=Ernest) Körmöczi, met een kartonnen bordje om met daarop een nummer als merkteken, terecht in het gezin op de boerderij van Louis De Smedt in de Kalkenstraat nr. 50 te Buggenhout.
Nadien werd hij “overgenomen” door juffrouw Estelle Langelet, zijn onderwijzeres in de jongensschool. Zij was zelf een wees, geboren te Gijzegem op 18.12.1900, als dochter van Maria Josepha De Man. Ze woonde bij haar moeders broer Gustaaf De Man in de Korte Snijdersstraat te Lebbeke. Later zou ze samen met een nicht (eveneens wees) verhuizen en haar intrek nemen in de Baasrodestraat te Lebbeke (nabij het station).
Ernö keerde uiteindelijk terug naar Hongarije (Servië), hij studeerde voor tandtechnicus en tandarts en huwde later met Esti (Esther, een joods (?) meisje) van wie de angstige bezorgdheid in de herinnering blijft. Samen hadden ze een zoontje, Ernö junior. Bij bijzondere gelegenheden kwamen ze over naar Gent (bij zijn broer Albert), samen met moeder en bij die gelegenheid wipten ze dan ook wel eens over naar Buggenhout, zoals in 1939.
We weten nog dat hij met pensioen ging, oud en versleten, en verhuisde naar een appartement in Boedapest. Maar daarna liepen alle sporen dood. Brieven naar het laatst gekende adres keerden onbesteld terug.Broer Albert Körmöczi kwam terecht bij twee halfzussen De Coster en De Buck op de Kortrijkse Steenweg in Gent...
Het vervolg in Ter Palen, 28e jaargang nr. 3
François Peeters