De boskapel, gebouwd in barokstijl, kreeg haar huidige vorm met een afwisseling van rode en witte stenen in de jaren 1664-1667.
In die periode werd een kleinere kapel her- of verbouwd. De voorgevel van de kapel getuigt nog van deze tijd. Het wapen van de familie de Bournonville, toen heren van het deel van Buggenhout waartoe ook het bos behoorde, siert de puntgevel. Dat wapen is tevens het huidige Buggenhoutse gemeentewapen. Eronder staat anno 1664, het jaar waarin met de vergroting van de kapel begonnen werd. De hele vergroting duurde dertien jaar en zou pas voltooid worden in 1677. Dat is niet te verwonderen wanneer men weet in welke moeilijke jaren de werken moesten gebeuren. Ook Buggenhout ontsnapte niet aan oorlogen en plunderingen.
Hoe de kapel er vóór de verbouwing uitzag, hoe groot ze precies was en sinds wanneer ze er stond, valt moeilijk te achterhalen.Velen veronderstellen dat de kapel werd gebouwd in opdracht van Jacoba van Heffene ter nagedachtenis van haar echtgenoot, Jan de Rijcke, die er op 6 december 1504 tijdens een jachtpartij door een everzwijn gedood zou zijn en in de kapel begraven.
Wat is hier echter legende en wat waarheid?
Dat Jan de Rijcke in de kapel begraven werd, is alleszins een verzinsel. Wel liet zijn weduwe een gedenksteen aanbrengen in een kapelletje dat naar alle waarschijnlijkheid al op die plaats stond en bij die gelegenheid een flinke opknapbeurt kreeg. Het verslag over recent opzoekwerk naar de figuur van Jan de Rijcke vindt u in het artikel Jan de Rijck(e) aan fantasie, Ter Palen, 22e jaargang, nr. 4, ook op deze site.
Binnenin de kapel vertelt een bas-reliëf (een half verheven beeldhouwwerk), gekapt in een muurboog en vermoedelijk omstreeks 1664 aangebracht, de legende van de dood van Jan de Rijcke. Men ziet een hoornblazer met twee vooruitlopende honden. Verder staat een jager, de spies op de schouder. Twee wilde zwijnen lopen in de nabijheid. Een tweede jager valt een hert aan dat zich achter een boom verschuilt. Een adeljonker, gevolgd door een hond, houdt een gezadeld paard bij de toom. Wat verder wordt een wild zwijn aangevallen. Eindelijk lijkt een tweede hoornblazer met lopende honden het succes aan te kondigen. Een vierde jager zit rustig neer en houdt het wilde zwijn op een rechtstaande staak gespiest.
In de nis boven de ingangsdeur bevindt zich een stenen beeld van Onze-Lieve-Vrouw Nood Gods, aan wie de kapel is toegewijd. Deze indrukwekkende piëta werd vervaardigd door de Brusselse beeldhouwer Filip de Backer en dateert uit 1677.
De voor- en zijgevels zijn versierd met zeven bas-reliëfs in terracotta, die de zeven weeën van Maria uitbeelden. Ze zijn van de hand van de Leuvense beeldhouwer P. F. van Passel en werden pas in 1858 aangebracht, na een herstelling van de kapel in 1855 door de firma Janssens-Lammens uit Gent. In 1885 werden deze bas-reliëfs hersteld door de Gentse beeldhouwer Joris Dunstheimer en werd de kapel zelf geschilderd, net zoals dat toen met de plaatselijke parochiekerk gebeurde. Zowel de piëta als de zeven bas-reliëfs werden vóór de Tweede Wereldoorlog nogmaals opgeknapt, nu door de Buggenhoutse kunstschilder Prosper Bosteels.
Het eenvoudige torentje dat de kapel bekroont, werd pas in 1764 vervaardigd. In datzelfde jaar haalde men het klokje in de buurgemeente (nu deelgemeente) Opdorp. In 1865 werd het door een zwaarder exemplaar vervangen en sindsdien klept het oorspronkelijke in het torentje van de kapel van het Buggenhoutse Sint-Vincentiusklooster.
Het altaar stond eerst op enige afstand van de achtermuur, maar verhuisde bij een verfraaiing van het koor in 1763-64 tegen de muur. Beeldhouwer Antoon van Brunswijck maakte de versiering van het altaar dat zwart en wit is geschilderd.
Boven het hoofdaltaar staat het gepolychromeerde beeld van de Nood Gods (17e eeuw) in een nis. Op zondag 30 augustus 1964 werd het plechtig gekroond door de bisschop van Gent.
Vóór de ingang van het koor staat een eikenhouten communiebank, die waarschijnlijk uit een andere kapel komt. Ze werd in 1805 gekocht bij en geplaatst door A. Nuten uit Sint-Amands.
Vóór de communiebank bevindt zich de bijna onleesbare gedenksteen van Jan de Rijcke. De tekst werd in een zijmuur van de kapel opnieuw weergegeven:
Jonker Jan de Rijcke, seer vroom in 't jagen, wiert hier van een wilt swijn verslagen |
| December Anno XVC viere |
| Godt wil zijn siel ten hemel stieren |
| R.I.P. Amen. |
In 1744 plaatste men een biechtstoel in de kapel, die werd in 1767 door de huidige vervangen.
Het orgel, werk van Nicolaas Langlez uit Gent (1686) werd in 1769 vernieuwd door Pieter van Peteghem (Gent). Oorspronkelijk stond het in de parochiekerk, maar het werd in 1879 naar de boskapel overgebracht. (met 1 klavier, 6 registers en 1 pedaal). De orgelkast en de balustrade, versierd met twee cherubs, kwamen er in 1762 (werk van Antoon van Praet). In 1982 werden de nodige herstellingswerken uitgevoerd.
Verder vind je er beelden van de H. Petrus, de H. Barbara en de H. Louis de Monfort, evenals een viertal schilderijen, waaronder een Aanbidding van de Koningen en een gekruisigde Jezus.
Op het domein van de boskapel werden in 1949 de vijftien staties van de rozenkrans opgericht in een ommegang rondom de kapel. Tondeleir en Zoon (Oude-God) vervaardigden ze.
De omheining langsheen de straat kwam er eveneens in 1949 op initiatief van de toenmalige pastoor E.H. Desiré De Wolf, die drie jaar later ook het conciërgehuis liet bouwen.
In 1958 kreeg het domein, dat voordien slechts 42a 20ca groot was, zijn huidige grootte van 1ha 15a 1ca na schenkingen door E.H. De Wolf en de Belgische Boerenbond en na aankoop van 34a bos door de Kerkfabriek. In dat jaar kreeg de kapel haar zoveelste herstellings- en opknapbeurt. Ook in 1983 zou de kapel nog een nieuw laagje verf krijgen.
Een volgende stap was de pauselijke kroning van het Mariabeeld in 1964, vierhonderd jaar na de uitbreiding van de kapel door Mgr. Callewaert, de toenmalige bisschop van Gent.
Ter voorbereiding van de feestelijke viering 500 jaar Boskapel in 2004 kreeg de kapel een grondige restauratie.
Heemkring Ter Palen stelde een boek samen over de Boskapel: Historie-Religie-Inspiratie. Meer info hier
![]()
LOFLIED tot ONZE LIEVE-VROUW van ZEVEN SMARTEN der BOSKAPEL van BUGGENHOUT
| O hemelse moeder, met 't zwaard door uw hart |
| het zwaard van de liefde, het zwaard van de smart |
| met Jezus' dood lichaam, uw Zoon, op uw schoot, |
| vertroost ons in lijden, in droefheid en nood. |
| Refrein: |
| Ons moeder zijt gij, uw kinderen zijn wij |
| Bescherm steeds uw Buggenhout, sta ons allen bij. (2x) |
| O moeder, gij zijt onze machtigste troost, |
| gij opent uw mantel zo wijd voor uw kroost, |
| wij vluchten er onder zo zalig en vrij, |
| geen moeder is immers zo machtig als gij! |
| Het klokske in 't torentje van uw kapel |
| dat ruist door de blaren der bomen zo hel, |
| maar 't klinkt als een wekroep door ieders gemoed |
| een wekroep van liefde van moederke zoet. |
| Hoe schoon staan de bomen rond moeder geschaard, |
| doch schoner uw kroost in uw mantel vergaard, |
| en blijven de bomen u trouw in de nacht |
| wij staan rondom u als een engelenwacht. |
| En geuren de bloemekens hier in het mos, |
| ons bede die stijgt ter kapel van het bos, |
| zo machtig, zo liefrijk tot Onze-Lieve-Vrouw |
| gij blijft onze moeder, wij blijven U trouw. |
![]()