Met de beste wensen,
ook van Tuur de Rijbel
En ‘t wordt weer nieuwjaar! Na de vakantie, na het schoolbegin, na sinte-maarten, na haloween, na sinterklaas, na de kerst, ... En straks wacht alweer carnaval,... amaai mijn portemonnee. Die is trouwens ook aan vernieuwing toe met al die nieuwe munten en biljetten.
Tja, 2002 wordt wel een jaar om in te kaderen. En zo willen wij, de heemkring, er ook nog nog even bij met onze wensen en een geschenkje. En dat moest toch ook wel iets speciaals zijn, vonden wij. Je viert immers niet elke dag je “zilveren” vijfentwintigste jaargang.
We gingen te rade bij Tuur de Rijbel, van wie we weten dat hij naast zovele anderen, ook onze heemkring in het hart draagt. En zo vind je in deze omslag nog twaalf foto’s in kleur met “Buggenhoutse” schilderijen van hem uit de zeventiger jaren. Het wordt een unieke reeks, exclusief voor onze leden, want achteraf zijn deze kaarten niet te koop. En daarom past hier ook een extra “merci” aan Tuur, die grote ambassadeur van Buggenhout en het Scheldeland.
Daarom profiteren we van de gelegenheid om hem even voor het voetlicht te zetten. Toen we hem in september opzochten in zijn gezellig atelier tussen Collegestraat en Platteput straalde hij als vierenzeventigjarige weer volop vitaliteit uit zodat hij weer kan wandelen en fietsen doorheen het landschap waaruit hij zijn inspiratie haalt. Ondertussen is zijn schilderscarričre toch ook al vijftig jaar lang en gevuld met tekeningen, acrylschilderijtjes, aquarellen en olieverfschilderijen. Zijn geliefkoosd onderwerp is zijn geboortestreek, het Scheldeland van Dendermonde tot Klein-Brabant. Zijn kleurenpalet van oker tot blauw schetst deze landschapsgezichten, maar ook de Noordzee- en strandgezichten, zijn tweede liefde. Hun lucht, hun wolken, het licht en de kleuren die telkens weer veranderen. En dat brengt hij met academisch vakmanschap in kleur, contrast en perspectief.
Ook al hangen in zijn atelier ook stillevens, figuren en portretten, toch leeft hij vooral in zijn landschappen. Zij zijn niet zomaar de weergave van wat hij zag op zijn wandel- en fietstochten, of de uitwerking van een foto die hij in de zomer nam, maar een nieuwe schepping van wat die natuur aan gevoelens losmaakt. “Iets maken wat van u is”, noemt Tuur het zelf.Je moet hem zelf bezig horen als hij probeert duidelijk te maken hoe hij in zijn werk verlangt naar een eenvoudig, ongeschonden geheel, naar een natuur waarin plant en dier en mens in harmonie leven. En zijn die dode bomen en de prikkeldraad geen aanklacht tegen de verloedering? Is daarom de mens zo zwak aanwezig in dit beeld? Herhaaldelijk tref je ook weer drie, vier tronken in zijn schilderijen. Verwerkt hij dan soms niet de tragedie van drie familieleden, omgekomen in de oorlog?
Hoewel Tuur al heel wat erkenning kreeg, exposeerde in kunstcentra, gemeentehuizen, galerijen en culturele centra in heel Vlaanderen en in het buitenland (om maar Frankrijk, Ierland en de Verenigde Staten te noemen), hoewel hij omgaat met veel hooggeplaatsten, toch is hij altijd een eenvoudig en hartelijk man gebleven, altijd bereid tot een gezellige babbel. Geboren Lebbekenaar (waar hij nog warme jeugdherinneringen koestert) volgde hij zijn vrouw uiteindelijk naar Buggenhout, eerst in de Kasteelstraat, later op zijn definitieve stek in de Schoolstraat. En hij is er niet alleen maar kunstenaar, maar ook verbonden met de lokale gemeenschap. We vonden zijn naam en zijn tekentalent terug in het toneelleven als decorschilder en grimeur, in oude publicaties van de sportvereniging S.V. Hoge Linde en recent nog bij de Haringfeesten op Opstal.
Zijn talent hield hij niet alleen voor zichzelf, maar deelde hij mee in de opleiding van jonge kunstenaars in zijn Jeugdatelier. Sedert 1988 zorgde de Stichting “Tuur de Rijbel” ook voor de uitgifte van het tijdschrift Kunsthart, het organiseren van tentoonstellingen en het promoten van jonge kunstenaars. Maar ook de carapatiënten van het Zeepreventorium van Den Haan kunnen altijd op hem rekenen.
Tuur, nogmaals bedankt en eigenlijk zijn we toch wel een beetje trots op u!
TER PALEN, 25e jg. nr. 4, p. 145 e.v.
Ludo Cosijns
|
Deze pagina is een onderdeel van een site met frames. Als je geen navigatieframe ziet aan de linkerzijde, kun je via deze knop naar de indexpagina. |