Het zat zo, mijnheer de commissaris... (8)
Ter Palen, 27e jaargang nr. 3, september 2003
Een decemberavond… in 1831. Zonder straatverlichting buiten en zonder elektriciteit binnen, veel donkerder dan vandaag. En 17 december ligt dicht bij 21 december… de kortste dag van het jaar. Voor de burgerwacht een gespannen tijd. Een oogje in het zeil houden op die donkere avonden… niemand doet het graag. En zeker niet in de onzekere tijden na de Belgische revolutie. Nog steeds in oorlog met Nederland. Nog steeds geen echt standvastig bestuur. Een moeilijke periode.
Burgemeester Josephus Bosteels zal ook niet gejuicht hebben toen drie leden van de burgerwacht om 8 uur ’s avonds bij hem kwamen aankloppen. Waarschijnlijk zal hij eerst goed gekeken hebben wie er voor de deur stond, alvorens open te maken. Maar één van de gezichten moet hem alleszins zeer bekend voorgekomen zijn. Onder hen was immers Emmanuël Franciscus Claessens, voorheen nog burgemeester en nu gemeentesecretaris; doch nu in functie als Major van het derde Bataillon Borgerwacht kanton Dendermonde. De andere twee waren Josephus Batselier, Corporael en Egidius De Ryke lid van den Borgerwacht.
Bij nader toezien bleken ze niet alleen te zijn. Er waren nog twee knapen bij hen, meer nog, zij waren zelfs gearresteerd. De twee waren onbekenden voor de burgemeester. Inderdaad, ze waren beiden van Lebbeke afkomstig. De ene heette Joannes Franciscus Cassimon, 19 jaar oud, zoon van Jacobus en de andere was Franciscus Baetens , 16 jaar oud, zoon van Carolus; de eerste draeger van een zaksken met brood gevuld dewelken zy (de leden van de burgerwacht) heden om zeven ueren savonds in het doen hunner ronde voor de nagt binnen deze gemeente wyk Heuvel verklaeren ontmoet te hebben en alzoo zy onvoorzien zyn van papieren hebben wy de zelve als landloopers aengehouden om die te geleyden voor den Heere Procureur des Konings by de Regtbank van Dendermonde. Waarna burgemeester Bosteels en majoor Claessens tekenden, de twee opgepakte jongens konden lezen noch schrijven.
Met landloperij werd toen niet gelachen. Binnen eigen gemeente bedelen mocht nog wel, maar zo gauw de gemeentegrenzen overschreden werden, werd het gevaarlijk. Landlopers werden onmiddellijk opgepakt en opgesloten. Dikwijls werden ze voor een tijd geïnterneerd, veelal in speciaal daarvoor opgerichte verzamelplaatsen. Waarna ze opnieuw de baan op konden… om alweer niet te weten van welk hout pijlen te maken.
Onze stoere mannen van de burgerwacht deden ook niet meer dan hun plicht, en konden niet meer doen dan enig medelijden opbrengen en blij zijn dat zijzelf en hun gezin van dit leed bespaard bleven. De 16-jarige Franciscus had niets noemenswaardig bij zich. De 19-jarige Joannes Franciscus had meer geluk: hij was nog... “draeger van een zaksken met brood gevuld…”
Steve De Maeyer
Terug naar ARCHIEF: Gepubliceerde artikels