Barbara
Het volledige artikel lees je in "Ter Palen" 28e jaargang nr. 4 (december 2004, p. 145-156)
Rosette Rottiers (Zr. Rita)
Wie een kerk of een kapel binnenstapt, wordt onvermijdelijk geconfronteerd met beelden van heiligen of met schilderijen die scènes tonen uit het leven van heilige mannen en vrouwen.
De tijd waarin mensen die heiligen kenden of herkenden, is definitief voorbij. Van de vroegere heiligenverering die eens een belangrijk deel van de volksdevotie uitmaakte, blijft niet veel over. Wie vandaag tandpijn heeft, denkt er niet aan om een kaars te branden voor de H. Apollonia. Welke kok heeft nog gehoord van de H. Martha of de H. Laurentius, welke slotenmaker van Sint- Elooi, welke bakker van de H. Autbertus?
Bij een bezoek aan onze eigen parochiekerk of aan de kloosterkapel, de boskapel of aan een van de talrijke kleine kapellen die onze gemeente rijk is, ontdekken we uitingen van de eens zo wijdverspreide volksdevotie. Een veel voorkomend beeld is dat van de H. Barbara (de foto hier uit de Sint-Niklaaskerk van Buggenhout-centrum).
In het archief van de St.-Niklaasparochie vonden we een merkwaardig document. Achter het beeld van de H. Barbara schuilt een hele geschiedenis, want in 1880 werd de “Broederschap van de Goede Dood, onder de bescherming van de H. Barbara”, opgericht te Buggenhout, onder impuls van Pastoor Fr. Van Dingenen en met goedkeuring van de toenmalige bisschop van Gent, Henricus Franciscus Bracq.
Wie is die H. Barbara en hoe wordt ze voorgesteld?
Barbara leefde omstreeks 300 na Christus, en was de dochter van Dioscurus uit Nicomedië (het huidige Turkije). Deze liet haar in een toren met maar twee ramen opsluiten omdat ze weigerde te trouwen. Barbara liet een derde raam in de toren maken als teken van de Heilige Drie-eenheid, waarop Dioscurus haar voor de keuze plaatste: haar geloof afzweren of de dood. Barbara koos voor het laatste, werd eerst gemarteld met brandende toortsen en daarna onthoofd door haar vader zelf, die op slag door de bliksem werd getroffen.
Barbara wordt voorgesteld in een lang kleed met mantel, soms met een martelaarskroon of diadeem op het hoofd. Op haar hand of naast haar voeten bevindt zich een toren, meestal met drie ramen. Soms staat op de toren een kelk (met hostie), of ze houdt die in de hand, of soms bevindt de kelk zich in het deurgat van de toren. Volgens de legende bracht een engel haar de communie in de kerker. Barbara werd trouwens aangeroepen voor een zalige dood, om niet te sterven zonder toediening van de sacramenten.Andere attributen zijn een palm, een toorts of fakkel, een boek (met daarop de toren) een zwaard, een kanonloop of -kogels aan haar voeten, want zij is patrones van de artillerie en de wapensmeden (men zou de toren ooit verkeerd geïnterpreteerd hebben als een kanon).
Vanwege de toren is zij de beschermheilige van onder meer metselaars, timmerlui, klokkengieters, beiaardiers, architecten en voorts van koks en gevangenen. In mijnstreken werd zij vooral vereerd door de mijnwerkers en soms houdt ze dan ook een mijnlamp in de hand. De lamp lijkt trouwens op een miniatuurtoren, wat volgens sommige bronnen de aanleiding van haar patronaatschap zou zijn.Omdat haar vader Dioscurus door de bliksem werd getroffen, werd Barbara ook aangeroepen tegen brand en blikseminslag. Zij is eveneens patrones van de brandweerlieden en van alle "gevaarlijke" beroepen.
Haar feestdag wordt gevierd op 4 december...
(Info: J. Claes e.a., in Sanctus, Meer dan 500 heiligen herkennen, Uitgeverij KOK - Davidsfonds, Leuven 2002, p. 264...)
Maar welke betekenis had zij voor onze mensen uit Buggenhout rond de jaren 1880? (Lees verder in ons tijdschrift...)
Terug naar TIJDSCHRIFT Ter Palen
Terug naar ARCHIEF: Gepubliceerde artikels